zondag 26 oktober 2014

Leven for dummies

Ik sta voor mijn boekenkast en scan de titels. Red je relatie van Dr Phil. Ongelezen. Gekocht nadat de vader van mijn kind een vriendin vond die hem wel begreep. Net te laat. Er volgden nog veel boeken na zijn vertrek: ‘het waarom ben je hier café’,  ‘je kunt je leven helen’,  ‘de kracht van het nu’, ‘de tao van de vrouw’, ‘waarom God lacht’, enzovoort. Per crisis komt er doorgaans een strekkende meter bij aan boeken over de zin van het leven en hoe het allemaal een beetje gracieus te doorstaan.

Als ik die rijen en stapels boeken zo bezie, voel ik lichte gêne. Een paar spirituele en zelfhulpboeken alla, maar waarom zovéél? Ik heb er nog geen kwart van gelezen, maar dacht er in donkere uren blijkbaar houvast in te vinden. Een paar pittige crises vroegen er misschien ook wel om, maar dan nog.

Ik praat het graag goed: ik vind het ècht interessante materie, verslind de Happinez en de Psychologie. Ik wil weten wat ons drijft en hoe het kan dat de één in z’n verdriet blijft hangen en de ander de veerkracht vindt om door te gaan. Ik ben hartgrondig van mijn vaders geloof gevallen maar zoek wel zingeving en spiritualiteit. Maar ook: ik weet soms niet wat de beste (uit)weg is in een aantal situaties en zoek steun van mensen die bestsellen in levenskunst, ervoor doorgeleerd hebben of goed kunnen orakelen.

En… de aard van dit beestje – voor de komst van internet – was: ik ben een boekenwurm. En ook... ik doe alles in het openbaar liefst in één keer goed. Lukt zelden, maar dan toch met de illusie van goed voorbereid door er een boek over te lezen. In de praktijk is het: wel kopen maar amper lezen. Het gaat soms lachwekkend ver: toen ik tig jaar geleden begon aan taekwondo, was het eerste wat ik deed… nou ja laat ook maar. De les laat zich raden. Het zijn de woorden van Confucius: Vertel het me en ik zal het vergeten. Laat het me zien en ik zal het onthouden. Laat het me ervaren en ik maak het me eigen.

Als ik in de boekwinkels kijk, ben ik niet de enige. Het bulkt van de zelfhulp- en spirituele boeken. En iedereen predikt uiteindelijk hetzelfde: dat alles goedkomt als je maar van jezelf houdt. Een megaklus, getuige het aantal coaches, trainingen en boeken. Wat zijn we toch een gemankeerde soort en wat willen we bovenal: een handleiding voor een lang en gelukkig leven. Een levensgids voor dummies. 

vrijdag 10 januari 2014

Alledaagse afwijzing

Ik loop door de binnenstad, fiets aan de hand. Het is druk en ik heb haast. Ik versnel mijn pas, voor zover dat kan. In de verte zie ik hem al staan. Jong, lange zwarte jas, goeie kop, goeie coupe. 

Hij drentelt, kijkt zoekend om zich heen, vriendelijke open houding. Hij ziet mij naderen. Ik probeer zijn blik te vermijden. Hij probeert de mijne juist te vangen. Ik loop nog wat harder. De afstand tussen ons wordt nu snel kleiner. Ik zie dat hij zich opmaakt voor zijn openingszin. Hij maakt zich nog iets groter, draait zich naar mij toe. Brede lach, vlotte babbel paraat.

Maar ik wil niet. Echt niet. Hoe maak ik hem dat beleefd duidelijk? Hij staat er al zo lang. T is winter, t is koud. En hij staat daar maar te wachten. Te blauwbekken. En hij is niet de enige. Was ie dat maar. Dan maakte hij nog een kans, misschien. Maar hij is één van de velen die vriendelijk, hoopvol en met een charmante lach een toenaderingspoging doet. 

Ach, het gebeurt zo vaak en het heeft niets om het lijf. Maar ik voel me er nog altijd ongemakkelijk bij. De afwijzing valt niet altijd goed. Sommigen zijn volhardend. 

Ik kan hem niet meer ontwijken, hij heeft mijn behendig zigzaggen door het winkelend publiek doorzien en staat recht voor me. Hij strijkt zijn haar naar achter, een volautomatische handeling, kijkt me stralend aan en zegt: 
"Heeft u misschien een minuutje voor..."
"Nee". 

De vervolgzinnen lopen uiteen: 
"Leest u dan nooit de krant?"
"Wat jammer, ik mag u namelijk een hele mooie aanbieding doen."
"U wilt geen bijdrage leveren aan een betere wereld?"
"De Here Jezus is er ook voor u"

"Nee!" Ik wil niet! En ik ben doorgaans zo braaf en beleefd, maar ik kan het niet meer aardig zeggen. Ze zijn met teveel, al die 'canvassers' en straatverkopers. Maar eigenlijk ging het simpelweg mis bij het tweede woord....hij zei "U" tegen me. 

zondag 15 december 2013

Ouderwets in de rij....

Utrecht, zaterdagochtend 10 uur. De wekker ging veel te vroeg. Later bleek pas dat ie te laat ging. Mijn lief wilde naar de Editors en die hadden het in hun artistieke hoofd gehaald dat kaartjes voor Tivoli alleen in de platenzaak gekocht konden worden. Zoals het hoort.. of hoorde.. back in the days... Niks klaar zitten met je snelste laptop en smartphone en vrienden verderop dito... gewoon old school in de rij staan.



Heel eerlijk... de Editors ken ik niet zo goed... inschattingsfout no.1. En ik dacht: in de rij staan voor kaartjes, da's wel heel ouderwets. Oudere jongeren beginnen er niet meer aan, echte jongeren lachen zich slap en kijken wel link uit. Inschattingsfout no. 2. Ik fietste erheen met het idee: even snel kaartjes scoren, kadootje kopen en dan lekker uitgebreid ontbijten: krantje, croissantje, the works. Inschattingsfout no.3.

Ik was er klokslag 10 uur. Dat wel. Alleen... niet voor de deur en allerminst alleen. Ik stond op nog geen halve minuut fietsen van Plato. Maar op die afstand kunnen veel mensen staan. Teveel. Ook als je maximaal twee kaartjes per persoon mag kopen. Na een uur blauwbekken, kouwe voeten, geen koffie (gouden zaken hadden 'railtenders' daar kunnen doen), gezellig ouwehoerend en wiskundige formules op de rij loslatend, stond ik nog niet eens in de straat van dienst. We werden wel vaak gefilmd, gefotografeerd en bevraagd 'waarvoor we in godsnaam in de rij stonden'. Oud reageerde met een grijns van herkenning. Jong met verbazing (dat doe je toch alleen voor de nieuwste Iphone?) en vervolgens met 'Oww cool. Succes!'. We haalden zelfs het nieuws. En eindelijk, eindelijk... tweeënhalf uur verder, met Plato in het zicht... uitverkocht. 

Dat pakte ik vroeger vroeger aan. En grondiger. Met koffie en met thermo-ondergoed (na blaasontsteking bij een eerdere concertkaartjesrij). Moet ik fortysomething constateren dat ik 'te oud ben voor dit soort shit'???

PS: de kaartjes kosten € 39,-. Maar al ver voordat deze 'kaarverkoop bij de bekende voorverkoopadressen' van start ging, stonden de kaarten aangeboden op internet tegen (even bekende) woekerprijzen: € 149,- voor een avondje Tivoli. Precies NIET de bedoeling van de band.

vrijdag 20 september 2013

Ik wil publiek (zijn)?!

Ik fantaseer er soms over: ik heb (ein-de-lijk) mijn eerste boek af EN een uitgever gevonden die er brood in zag. De verkoop voor een debutant is onwaarschijnlijk en ik zit (samen met ‘n BN-er die fan is) in DWDD. Heerlijk! Mooie jurk, strak in de lak en wachten op mijn krappe 6 minutes of fame, achttien keer onderbroken door guitige vragen van de host. Top! Ongeacht het aantal onderbrekingen, mij zou je niet horen klagen.

Er is echt maar één maar. Eentje maar. En dat is... jij bent zelf maar 5 minuten aan de beurt en moet de overige 45 minuten je gezicht in de plooi houden en quasi interessant kijken. Zeker als je vervolgens in het publiek geposteerd wordt achter de gast die er echt toe doet. Je bent continu in beeld zonder tekst... Paniek! Hoe doe je dat? Hoe zit je er charmant en belangstellend bij zonder zenuwtrekken vanwege de spanning van 'ik-moet-zo' of zelfvoldane grijns na afloop?

Het is een studie waard. Bij DWDD maar ook bij Pauw & Witteman. Dat is misschien nog wel erger, want daar zit je de godganse tijd AAN TAFEL. Zo’n intellectuele vijftigplusser kan je dus ook per ongeluk een vraag stellen over de nieuwe voorzitter van het IOC, terwijl jij daar als model of voetbalvrouw zit voor je nieuwe sieradenlijn-met-goed-doel. 

Kortom publiek zijn, mooi publiek, sympathiek en betrokken, zonder neuspeuteren, giebelen of schrikken van de camera, dat vergt oefening en discipline. Want mooi publiek leidt af van de gast aan tafel. Maar mooi en verveeld leidt nog veel meer af! 

Eén regelmatige gast bij DWDD treft het niet met de dames achter hem, ook al zijn ze mooi en blond. Schrijver Guus Luijters zat een paar keer bij Matthijs vanwege zijn boek 'In Memoriam', over vermoorde kinderen in WOII die gekend moeten worden. Retenobel natuurlijk, maar vorig jaar zat achter hem Britt Dekkers platinablond haar ongeduld in toom te houden totdat zij mocht - met haar elfjarige briljante imitator Thijmen. En begin september zat Guus er weer met een vervolg en kijk: op de achtergrond een bijna gapende blondine, die (nog) niks belangrijks had gedaan, behalve consequent de nootjes en de wijn laten staan en heel goed gelukt babe zat te wezen. Echt oprecht: respect! Maar het ziet er stom uit! 

Geïnteresseerd, geëngageerd publiek en ook nog eye candy zijn. Het is een vak!

maandag 3 juni 2013

Vingeroefeningen


Een tip van mijn buurvrouw, probaat middel tegen 'writers block' en aanverwanten… elke dag tien of vijftien minuten ‘je ding doen’. Vingeroefeningen, zeg maar. In haar geval is dat tekenen of schilderen. Kan ze ook heel goed. T is bedoeld om je talent te onderhouden, niet per se om iets moois te maken, juist niet! Dat is spelregel nummer 1: zonder doel gewoon droedelen, zingen, schrijven, enzovoort. Het trainen van je creativiteit zodat je je hersens eraan herinnert, te midden van al het dagelijks gedoe, uitstelgedrag, Facebook, enz. Om nou eindelijk eens dat volgende hoofdstuk te schrijven. 

Vingeroefeningen… het woord dekt eigenlijk enorm de lading. T' is klein, laagdrempelig, alsof je oefent voor het grotere werk. Is ook zo. Ten minste, volgens de buurvrouw. Ik geloof haar. Ik ben aan het oefenen met die tien minuten. En met het niet groter maken dan het is. En met het niet te mooi willen doen. Wil ik stiekem toch. En liefst in één keer goed. Wat zeg ik, briljant! En dat in tien minuten. Hatseflats! Zie daar het onmiskenbare talent...

‘Iets onder handen nemen’ klinkt al veel groter. Minder laagdrempelig en vrijblijvend. Mouwen opstropen, niet zeuren, aan de slag. Of.. misschien meer iets voor beeldhouwers. Die doen dat tenslotte letterlijk. Ik blijf maar puzzelen met die vingeroefeningen. Zelfs die tien minuten hebben nogal eens de neiging erbij in te schieten. O ja, de oefening ging ook om discipline... 

Maar toch... dat woord….vingeroefeningen. Ik zie altijd iets heel anders voor me. Voorbereiden op het grotere werk ja. Als een soort voorspel. Duurt soms langer dan tien minuten, soms veel korter. Ik had dezelfde hardnekkige associatie met mijn eerste typecursus. Toen ik als arme student, vlak voor het computertijdperk, een elektrische typemachine had aangeschaft. Zo'n investering verdiende wel dat ik er blind op kon typen. Ik heb het mezelf aangeleerd met behulp van een boek uit de bieb, getiteld…. Vingervlug.

Moet de diepe zucht er nog onder tot besluit?

zondag 11 november 2012

moeten mannen met baarden zijn


Het is een absolute hit en ik snap het niet. Ik vind het hopeloos ouderwets, achterhaald en alles behalve sexy, maar struikel er dagelijks over: mannen met baarden. Niet zo'n half ongeschoren exemplaar, maar echte baarden (in aanbouw) waar een half pak beschuitkruimels in zoek kan raken. Mannenbladen claimen dat het mannelijk is (dûh) en een garantie voor vrouwelijke aandacht. Echt niet! Ik vind het een regelrechte turn-off. En ik ben niet de enige, blijkt uit een rondgang onder vriendinnen en vrouwelijke collega's. Waarom zijn die maffe baarden dan toch al zeker een jaar hip, hot & happening? Wonderlijk. Wat drijft de baardman, behalve gemakzucht? Geeft t hem gezag? Liet Reinout Oerlemans daarom z’n baard staan bij z’n regiedebuut? Volgens mij was ie zonder dat al bossy genoeg. Geeft het de jonge politiek verslaggever meer gezag? Of is het een signaal van de 'bezette man': ik ben niet meer in de markt? Dat zou ik nog wel snappen, want ik vind het een zeer doeltreffende kuisheidsgordel. Het prikt en kriebelt bij t zoenen, het ziet er onverzorgd en Jezus-achtig uit. Mijn moeder zei altijd dat mannen met baarden iets te verbergen hebben... een ielig kinnebakje ofzo, bij gebrek aan krachtige kaaklijn.

George Clooney is goddelijk zonder baard of licht ongeschoren. Maar met grote baard hoop ik alleen maar dat het voor een rol in een jaren zeventig-epos is. Licht ongeschoren kan woest aantrekkelijk zijn. Driedaagse stoppels, maar niet al te getrimd want dat ziet er weer zo bestudeerd nonchalant uit. Youp van t Hek probeerde die licht ongeschoren look ooit af te serveren met de term 'pratende kut'. Werkte niet. T is gezien de huidige onderbuikmode ook een hopeloos gedateerde opmerking. Dan geef ik toch de voorkeur aan de corporale uitdrukking 'befborstel' voor hetzelfde fenomeen. 

Het blijft puzzelen over de motieven van mannen om sexy stoppels te laten uitgroeien tot heuse baard. T appelleert waarschijnlijk aan het oermannengevoel, waar jongetjes al naar uitkijken als ze 'al die willen te kaap'ren varen' zingen. In dat geval krijgt zo'n baard iets aandoenlijks, maar dat is vast niet hun bedoeling. In het ergste geval combineren ze het ook nog met die dikke zwarte bril. Ook zo’n modemisverstand. Serieus: vroeger werd je genadeloos het schoolplein af gepest met zo'n monsterlijk montuur en nu is het ding zelf maar niet weg te slaan. Beide duurzame modetrends samengevat, leiden maar tot één onvermijdelijke conclusie: we leven in het tijdperk van de 'revenge of the nerds'. 

maandag 8 oktober 2012

Papa on the dancefloor

Een reclameman had t over het ‘papa on the dancefloor’- syndroom. Klinkt hip, is het niet. Wel your worst nightmare als tiener. Ik had er direct een beeld bij. Reclameman gebruikte het om de dalende populariteit van Hyves uit te leggen. Steeds meer ouders begaven zich op dat netwerk, waarop hun kinderen schielijk het digitale pand verlieten. Begrijpelijk. Vooral als het een hopeloze poging is om je ‘kids’ te volgen via social media, maar dat terzijde.
  
Dat beeld, van die vader, op de dansvloer. Dat is echt gebeurd.

Vader, mijn vader: heel lang in de jaren vijftig blijven steken. Hoed, lange regenjas van een soort ondefinieerbaar beige, tamelijk strenge blik, altijd in pak en tot overmaat van ramp: een zelfgestrikt strikje. Kortom, ik werd op de lagere school al een beetje gepest om mezelf, maar nog eens extra om m’n vader. Ik smeekte hem om op ouderavonden dat stomme strikje af te laten. No way.

En dat exemplaar, dat op straat al de aandacht trok, stond dus echt, ongelogen, op de dansvloer… en dat was niet de bedoeling. Ten minste, niet de mijne.

Het was ergens jaren 80. Ik was 15 en had mijn eerste vakantiebaantje gehad (dankzij hem, dat wel), bij de manifestatie ‘Japan in Rotterdam’. Een vakantiecollega van 16 nodigde me uit voor een feest van haar school, waarvoor studentenclub Bikini was afgehuurd. Retestoer en spannend. Mijn ouders brachten mij gezamenlijk met de auto. Niet echt stoer, zo’n zware delegatie. Met veel pijn en moeite had ik het tijdstip van ophalen op half één weten te krijgen. En dat ik dan heus, echt waar, ik zweer het, buiten zou staan. Dus alsjeblieft: NIET BINNENKOMEN!

Misschien was het een zegen dat het een feest was van een andere school dan de mijne… Het zal vast vijf voor twaalf geweest zijn, beslist niet later en daar stond hij: midden op de dampende dansvloer… met onbestemd beige regenjas, hoed op, strikje, woeste blik en driftig gebarend dat ik NU! HIER! MOEST! KOMEN! Ik weet niet precies hoeveel gaten in de grond ik wenste, minimaal twee… en dat liedje, dat er toen nog niet was: evacuate the dancefloor. Nog voor de uitgang begon de gereformeerde tirade: dat ik nooit, maar dan ook nooit meer een voet in zo’n tent mocht zetten. Dat het Sodom en Gomorra was daarbinnen… Ze draaiden net een slijpliedje.