zaterdag 12 augustus 2017

Liefde en angst

In het leven zijn er twee vertrekpunten: liefde en angst. Je handelt of vanuit het een of vanuit het ander, zeker als je voor lastige beslissingen staat. Gek genoeg is mijn vertrekpunt in de liefde vaak.... angst. 

De angst voor afwijzing zet me vast in een soort puberale verliefdheid: hij mag vooral niet weten dat ik m leuk vind, want ik sta zó voor schut als het niet wederzijds is. Een column van meester Bart kuste me wakker. En een zin uit mijn dagboek van toen ik een jaar of 14 was. 

In de column is een jongen verliefd op een andere jongen. Hij durft dat niet te laten zien, want wat houdt hem tegen? 'De angst dat hij niet op mij valt'. Juist ja. Ik ben inmiddels ruim drie keer zo oud als toen, maar die angst is er nog steeds.

Ik laaf me maar aan de wijze slotwoorden van meester Bart. Hij zou zomaar eens gelijk kunnen hebben: 'Juist wanneer je jong bent maakt liefde blind en haalt ze de meest kwetsbare vorm van onzekerheid naar boven. Pas achteraf, na de hartepijn, kun je genieten van het inzicht dat het nooit echte liefde had kunnen zijn. 'Troost je met de gedachte dat het soms voldoende is om slechts verliefd te zijn', zegt hij tegen de jongen. 

Waar onderweg ben ik het verleerd om gewoon te genieten van verliefd zijn zonder dat het tot gegarandeerd succes moet leiden? Tijdens mijn eerste kalverliefdes fantaseerde ik er alleen maar over, ik smachtte uit alle macht maar maakte me geen enkele illusie. Ik zat met mijn brilletje en pukkeltjes 13 of 14 te wezen. Een verlegen studiebol in G2. Hij zat al in Havo 5. Kansloze exercitie dus, die er gewoon bijhoort. 

Wat er ook bij hoorde - en dat is jammer - was mijn rotsvaste aanname die ik decennia later terug las in mijn dagboek van toen. Object van mijn affectie was de grote broer van een vriendinnetje, minstens vier onoverbrugbare jaren ouder. Maar wat het totaal onmogelijk maakte, was deze zin: Hij mag nooit weten dat ik verliefd op hem ben, want ik ben natuurlijk helemaal niet leuk. 

Een aanname die stiekem nog ergens in mijn kelder woont en die ik nog steeds niet helemaal het huis uit weet te trappen. De grootste saboteur.

zondag 17 juli 2016

Gotcha!

Ik doe het niet, ik doe het niet. Ik! Doe! Er! Niet! Aan! Mee! Volwassen mensen die virtuele monsters met een bal bekogelen op straat. Die plots voor de bakker op de hoek blijven staan na sluitingstijd omdat er een blauwe gym is. Die toch al niet opletten op de fiets met hun mobiel in de hand, maar nu gewoon je tuinkabouter omver peddelen teneinde een poliwag of rattata te vangen. Not in my backyard! En ook niet in mijn voortuin trouwens.

Tot vervelens toe heb ik de afgelopen jaren onbegrijpelijke gesprekken van mijn zoon en zijn vriendjes aangehoord over armor, abilities, super powers, enzovoort. De bergwandelvakantie in de Spaanse Pyreneeën heeft ie enkel en alleen doorstaan door het nonstop over Pokémon te hebben en ma en bergen zoveel mogelijk te negeren. Onmin thuis kenmerkt zich door mijn standaardteksten: Ga eens wat doen, kijk om je heen, kom van die bank af, zet dat scherm uit, ga naar buiten, beweeg!

En dan plots is daar PokémonGO die dat allemaal voor elkaar krijgt. Ok, behalve dat schermpje dan. Kilometers worden er afgelegd. Dus ik overstag. Eindelijk iets samen doen wat we allebei leuk vinden -ehh ja, stiekem toch wel. Een beetje. Naar buiten, bewegen, monsters vangen. Hij legt het me uit. Ik fungeer als zijn hotspot (want geen eigen databundel) dus hij blijft nog gezellig dichtbij ook. Nog geen 5 minuten onderweg of we worden aangesproken door een groepje twintigers: of wij weten hoe het werkt. Geroutineerd volgt er een gedetailleerde uitleg van mijn 13-jarige. We blijven hangen bij de ‘pokestop’ waar je Pokéballs, stardust en ander broodnodig wapentuig kunt vergaren. We hangen bepaald niet alleen. Best gezellig.

Voor het hardlopen op zondagochtend krijg ik het advies: mam ga eerst ff een rondje wandelen, dan krijg je misschien een ei bij een Pokéstop. Stop ‘m in de broedmachine en na je 5km rondje is ie uitgekomen. Jammer dat het na het wandelen in mijn rug schoot. Hoe broed ik nou in godsnaam dat ei uit? Er passeert een moeder op een scooter. Haar zoontje achterop gebiedt haar te stoppen bij de pokéstop. Mijn telefoon trilt, ik richt. 
Gotcha!


maandag 26 oktober 2015

Hoezo oud?

Inside every old person is a young person wondering what happened. Die zin intrigeert me al dik twintig jaar. Vooral in het Engels. Omdat ik het door die woorden beter voor me zie: een verbaasde tiener of twintiger in het stramme lijf van een bejaarde. Die zin is prachtig verbeeld in de fotoserie van fotograaf Tom Hussey.



Je kijkt in de spiegel en je ziet jezelf. Vitaal en in je element: als dappere brandweerman, jonge moeder, toegewijde verpleegkundige, enzovoort. Met daarbij de gedachte dat alles nog kan. Foto’s van jezelf zijn confronterend. Jaren terug had ik foto’s van mijn moeder gemaakt, in de hoop dat ze konden dienen als paspoortfoto, want naar de fotograaf lopen lukte niet meer. Natuurlijk voldeden ze niet aan de eisen, maar toch waren die foto’s akelig raak. Ze lieten mijn moeder zien zoals ze er uitzag. Ik zag haar wel vaker natuurlijk, maar op die foto’s zag ik plots een bejaarde vrouw, met een beetje afwezige verstarde blik. Verdrietige, kale aanblik. Zelf zag ze het ook: ‘Jezus, wat een oud wijf ben ik!’ Ik wist niet wat te zeggen, iets ontoereikends als ‘dat valt toch wel mee’. Het viel niet mee.

Ik zit nog wel een paar decennia van bejaard zijn vandaan, maar schrik toch regelmatig. Ja soms ook van mijn eigen spiegelbeeld, maar vooral van anderen. Mensen van mijn leeftijd die er soms schrikbarend oud uitzien. Onlangs nog in de krant, een historicus - misschien komt het door zijn beroep? -  ik schatte hem midvijftig. Hij was midveertig… net als ik. 

Een tijd terug ging ik naar de begrafenis van de vader van een goede vriend. Een voor een druppelden zijn jaarclubgenoten de kerk binnen. Ik zag zeker zes keer mijn vader binnenkomen: lange kleurloze regenjas, bril, terugtrekkende haargrens, strakke zijscheiding, ernstige blik. Ouwe mannen! Het viel de vriendin met wie ik was ook op. Maar… we zijn even oud. Hoe vriendelijk is de tijd voor ons geweest? Je knippert met je ogen en ze zeggen ineens ‘u’ tegen je. Nog een paar nachtjes slapen en ze vragen of ze me moeten helpen met oversteken. 

zaterdag 29 augustus 2015

Ik weet het niet

Ik weet het even niet.. wat niet? Nou, heel veel niet. Maar vooral wat ik nou wil. En dat hoor je na je veertigste wel een beetje te weten, toch? The big picture van ‘zo wil ik het en hier ga ik voor’! Iets dat zin en richting geeft. Niet per se grip op de zaak, dat is meestal schijn. Het leven heeft soms onverwachte loopings waar je nog maanden draaierig van blijft.


Hoe erg is het om het even niet te weten? Weet ik ook al niet. Niet heel erg misschien. Ik doe werk dat ik leuk vind, mijn kind is gezond, ik ook. So far so good. Het gaat niet goed, het gaat niet slecht, het gaat er tussenin. Klinkt geinig, maar het voelt een beetje stilletjes. Zoals de stad in vakantietijd. Lege straten, lege parkeervakken, lege huizen. En jij als enige in je achtertuin in een doodstille straat. Stiekem in de stad. Maar die stad draait inmiddels weer op volle toeren en ik zit het nog steeds stiekem niet te weten.

Het voelt ongemakkelijk om nergens echt warm voor te lopen. Alsof je kansen laat liggen en lafjes maar wat aanklooit. In plaats van alles in het werk te stellen om toch een eigen radioshow te krijgen of eindelijk dat boek te schrijven, kijk ik kattenfilmpjes, drink wijntjes en zit ik te candy crushen. Dat voelt niet direct energiek of bevlogen. Alsof ontmoediging aan het roer staat na - recente en minder recente - teleurstellingen in werk en liefde, die uiteindelijk ieders pad kruisen. En 't is zo’n mooie kreet: het gaat er niet om hoe vaak je valt, het gaat erom hoe vaak je opstaat. Prachtig… maar wat doe ik? Ik lig niet, maar ik sta ook niet echt fier. Geen fut om ‘het maximale eruit te halen’. Terwijl elke dag de laatste kan zijn….

Beter opbranden dan uitdoven, zegt Deelder. En ik ben het daar zo hartgrondig mee eens… maar hoe ontstijg ik mijn eigen risicoloze middelmatigheid? 
Geen idee. 
Nu even niet.

zondag 5 april 2015

Alleen aan zee

Als ik heel eerlijk ben, dan zou ik dit noemen: eenzaam aan zee. Maar dat voelt zo ‘loserig’. Het is eerste Paasdag, supermooi weer en hartstikke druk op het strand. Mensen maken selfies met hun lief tegen een strakblauwe lucht of lopen in groepen op het strand. Of alleen, maar met hun hond, dus dan ben je in functie en dat voelt minder kut. 

Ben ik de enige die een probleem heeft met alleen zijn? Ik ken inmiddels alle uithoeken ervan en het voelt alsof ik de codes van het leven niet snap. Ik heb hele lieve vrienden, maar ze zijn allemaal druk of wonen ver weg of allebei. En ze zijn me heel lief en ik weet dat ze ook van mij houden. Maar ik ben alleen en het is stil. En ik baal ervan. Ik wil een geliefde en ik vind hem niet.

Ik weet dat ervaringen uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst en soms denk ik: ‘misschien is dat een voordeel, want het heeft zeer genoeg gedaan vroeger’. En dan maak ik het uit met iemand die van mij houdt en met mij oud worden wou… Waarom doe ik dat in godsnaam? Omdat ik dingen miste maar ik mis hem ook. Het lijkt wel alsof iedereen het vermogen heeft om snel weer iemand te vinden. Hij ook. Binnen vijf weken was er een andere mevrouw. Wij zijn blijkbaar heel voorradig. Ik heb het afgelopen halfjaar stilletjes winterslaap gehouden. Heb blijkbaar meer talent voor alleen dan me lief is. Er lopen trouwens wel een paar mensen alleen hoor. Van die opgedroogde oudere vrouwen. Mijn voorland? Vraag ik me dan vol zelfmedelijden af. Wie weet zijn die zwijgende stellen op het strand elkaar allang zat. Uitgeluld, maar liever eenzaam samen dan zichtbaar alleen. Veel te eng. Ik snap het wel. 

Ik heb co-ouderschap, al bijna 9 jaar. En ik heb zo vaak gedacht: ik word niet gemist. Er is niemand die met liefde van mij wakker ligt. Er is niemand die zich zorgen om mij maakt. Als ik op de dag dat mijn zoon naar zijn vader gaat, dood neerval, wordt dat pas een week later ontdekt als ik weer moet aantreden in mijn zorgtaken als moeder. Ik wil het zo graag anders en ik weet even niet waar ik het zoeken moet. Daarom ben ik in mijn eentje aan zee. Aan de wandel met mijn wanhoop langs de branding, in het zonnetje. Ogenschijnlijk alles in orde. De beste plek om te zijn. Maar wel eenzaam. 

zondag 26 oktober 2014

Leven for dummies

Ik sta voor mijn boekenkast en scan de titels. Red je relatie van Dr Phil. Ongelezen. Gekocht nadat de vader van mijn kind een vriendin vond die hem wel begreep. Net te laat. Er volgden nog veel boeken na zijn vertrek: ‘het waarom ben je hier café’,  ‘je kunt je leven helen’,  ‘de kracht van het nu’, ‘de tao van de vrouw’, ‘waarom God lacht’, enzovoort. Per crisis komt er doorgaans een strekkende meter bij aan boeken over de zin van het leven en hoe het allemaal een beetje gracieus te doorstaan.

Als ik die rijen en stapels boeken zo bezie, voel ik lichte gêne. Een paar spirituele en zelfhulpboeken alla, maar waarom zovéél? Ik heb er nog geen kwart van gelezen, maar dacht er in donkere uren blijkbaar houvast in te vinden. Een paar pittige crises vroegen er misschien ook wel om, maar dan nog.

Ik praat het graag goed: ik vind het ècht interessante materie, verslind de Happinez en de Psychologie. Ik wil weten wat ons drijft en hoe het kan dat de één in z’n verdriet blijft hangen en de ander de veerkracht vindt om door te gaan. Ik ben hartgrondig van mijn vaders geloof gevallen maar zoek wel zingeving en spiritualiteit. Maar ook: ik weet soms niet wat de beste (uit)weg is in een aantal situaties en zoek steun van mensen die bestsellen in levenskunst, ervoor doorgeleerd hebben of goed kunnen orakelen.

En… de aard van dit beestje – voor de komst van internet – was: ik ben een boekenwurm. En ook... ik doe alles in het openbaar liefst in één keer goed. Lukt zelden, maar dan toch met de illusie van goed voorbereid door er een boek over te lezen. In de praktijk is het: wel kopen maar amper lezen. Het gaat soms lachwekkend ver: toen ik tig jaar geleden begon aan taekwondo, was het eerste wat ik deed… nou ja laat ook maar. De les laat zich raden. Het zijn de woorden van Confucius: Vertel het me en ik zal het vergeten. Laat het me zien en ik zal het onthouden. Laat het me ervaren en ik maak het me eigen.

Als ik in de boekwinkels kijk, ben ik niet de enige. Het bulkt van de zelfhulp- en spirituele boeken. En iedereen predikt uiteindelijk hetzelfde: dat alles goedkomt als je maar van jezelf houdt. Een megaklus, getuige het aantal coaches, trainingen en boeken. Wat zijn we toch een gemankeerde soort en wat willen we bovenal: een handleiding voor een lang en gelukkig leven. Een levensgids voor dummies. 

vrijdag 10 januari 2014

Alledaagse afwijzing

Ik loop door de binnenstad, fiets aan de hand. Het is druk en ik heb haast. Ik versnel mijn pas, voor zover dat kan. In de verte zie ik hem al staan. Jong, lange zwarte jas, goeie kop, goeie coupe. 

Hij drentelt, kijkt zoekend om zich heen, vriendelijke open houding. Hij ziet mij naderen. Ik probeer zijn blik te vermijden. Hij probeert de mijne juist te vangen. Ik loop nog wat harder. De afstand tussen ons wordt nu snel kleiner. Ik zie dat hij zich opmaakt voor zijn openingszin. Hij maakt zich nog iets groter, draait zich naar mij toe. Brede lach, vlotte babbel paraat.

Maar ik wil niet. Echt niet. Hoe maak ik hem dat beleefd duidelijk? Hij staat er al zo lang. T is winter, t is koud. En hij staat daar maar te wachten. Te blauwbekken. En hij is niet de enige. Was ie dat maar. Dan maakte hij nog een kans, misschien. Maar hij is één van de velen die vriendelijk, hoopvol en met een charmante lach een toenaderingspoging doet. 

Ach, het gebeurt zo vaak en het heeft niets om het lijf. Maar ik voel me er nog altijd ongemakkelijk bij. De afwijzing valt niet altijd goed. Sommigen zijn volhardend. 

Ik kan hem niet meer ontwijken, hij heeft mijn behendig zigzaggen door het winkelend publiek doorzien en staat recht voor me. Hij strijkt zijn haar naar achter, een volautomatische handeling, kijkt me stralend aan en zegt: 
"Heeft u misschien een minuutje voor..."
"Nee". 

De vervolgzinnen lopen uiteen: 
"Leest u dan nooit de krant?"
"Wat jammer, ik mag u namelijk een hele mooie aanbieding doen."
"U wilt geen bijdrage leveren aan een betere wereld?"
"De Here Jezus is er ook voor u"

"Nee!" Ik wil niet! En ik ben doorgaans zo braaf en beleefd, maar ik kan het niet meer aardig zeggen. Ze zijn met teveel, al die 'canvassers' en straatverkopers. Maar eigenlijk ging het simpelweg mis bij het tweede woord....hij zei "U" tegen me. 

zondag 15 december 2013

Ouderwets in de rij....

Utrecht, zaterdagochtend 10 uur. De wekker ging veel te vroeg. Later bleek pas dat ie te laat ging. Mijn lief wilde naar de Editors en die hadden het in hun artistieke hoofd gehaald dat kaartjes voor Tivoli alleen in de platenzaak gekocht konden worden. Zoals het hoort.. of hoorde.. back in the days... Niks klaar zitten met je snelste laptop en smartphone en vrienden verderop dito... gewoon old school in de rij staan.



Heel eerlijk... de Editors ken ik niet zo goed... inschattingsfout no.1. En ik dacht: in de rij staan voor kaartjes, da's wel heel ouderwets. Oudere jongeren beginnen er niet meer aan, echte jongeren lachen zich slap en kijken wel link uit. Inschattingsfout no. 2. Ik fietste erheen met het idee: even snel kaartjes scoren, kadootje kopen en dan lekker uitgebreid ontbijten: krantje, croissantje, the works. Inschattingsfout no.3.

Ik was er klokslag 10 uur. Dat wel. Alleen... niet voor de deur en allerminst alleen. Ik stond op nog geen halve minuut fietsen van Plato. Maar op die afstand kunnen veel mensen staan. Teveel. Ook als je maximaal twee kaartjes per persoon mag kopen. Na een uur blauwbekken, kouwe voeten, geen koffie (gouden zaken hadden 'railtenders' daar kunnen doen), gezellig ouwehoerend en wiskundige formules op de rij loslatend, stond ik nog niet eens in de straat van dienst. We werden wel vaak gefilmd, gefotografeerd en bevraagd 'waarvoor we in godsnaam in de rij stonden'. Oud reageerde met een grijns van herkenning. Jong met verbazing (dat doe je toch alleen voor de nieuwste Iphone?) en vervolgens met 'Oww cool. Succes!'. We haalden zelfs het nieuws. En eindelijk, eindelijk... tweeënhalf uur verder, met Plato in het zicht... uitverkocht. 

Dat pakte ik vroeger vroeger aan. En grondiger. Met koffie en met thermo-ondergoed (na blaasontsteking bij een eerdere concertkaartjesrij). Moet ik fortysomething constateren dat ik 'te oud ben voor dit soort shit'???

PS: de kaartjes kosten € 39,-. Maar al ver voordat deze 'kaarverkoop bij de bekende voorverkoopadressen' van start ging, stonden de kaarten aangeboden op internet tegen (even bekende) woekerprijzen: € 149,- voor een avondje Tivoli. Precies NIET de bedoeling van de band.

vrijdag 20 september 2013

Ik wil publiek (zijn)?!

Ik fantaseer er soms over: ik heb (ein-de-lijk) mijn eerste boek af EN een uitgever gevonden die er brood in zag. De verkoop voor een debutant is onwaarschijnlijk en ik zit (samen met ‘n BN-er die fan is) in DWDD. Heerlijk! Mooie jurk, strak in de lak en wachten op mijn krappe 6 minutes of fame, achttien keer onderbroken door guitige vragen van de host. Top! Ongeacht het aantal onderbrekingen, mij zou je niet horen klagen.

Er is echt maar één maar. Eentje maar. En dat is... jij bent zelf maar 5 minuten aan de beurt en moet de overige 45 minuten je gezicht in de plooi houden en quasi interessant kijken. Zeker als je vervolgens in het publiek geposteerd wordt achter de gast die er echt toe doet. Je bent continu in beeld zonder tekst... Paniek! Hoe doe je dat? Hoe zit je er charmant en belangstellend bij zonder zenuwtrekken vanwege de spanning van 'ik-moet-zo' of zelfvoldane grijns na afloop?

Het is een studie waard. Bij DWDD maar ook bij Pauw & Witteman. Dat is misschien nog wel erger, want daar zit je de godganse tijd AAN TAFEL. Zo’n intellectuele vijftigplusser kan je dus ook per ongeluk een vraag stellen over de nieuwe voorzitter van het IOC, terwijl jij daar als model of voetbalvrouw zit voor je nieuwe sieradenlijn-met-goed-doel. 

Kortom publiek zijn, mooi publiek, sympathiek en betrokken, zonder neuspeuteren, giebelen of schrikken van de camera, dat vergt oefening en discipline. Want mooi publiek leidt af van de gast aan tafel. Maar mooi en verveeld leidt nog veel meer af! 

Eén regelmatige gast bij DWDD treft het niet met de dames achter hem, ook al zijn ze mooi en blond. Schrijver Guus Luijters zat een paar keer bij Matthijs vanwege zijn boek 'In Memoriam', over vermoorde kinderen in WOII die gekend moeten worden. Retenobel natuurlijk, maar vorig jaar zat achter hem Britt Dekkers platinablond haar ongeduld in toom te houden totdat zij mocht - met haar elfjarige briljante imitator Thijmen. En begin september zat Guus er weer met een vervolg en kijk: op de achtergrond een bijna gapende blondine, die (nog) niks belangrijks had gedaan, behalve consequent de nootjes en de wijn laten staan en heel goed gelukt babe zat te wezen. Echt oprecht: respect! Maar het ziet er stom uit! 

Geïnteresseerd, geëngageerd publiek en ook nog eye candy zijn. Het is een vak!

maandag 3 juni 2013

Vingeroefeningen


Een tip van mijn buurvrouw, probaat middel tegen 'writers block' en aanverwanten… elke dag tien of vijftien minuten ‘je ding doen’. Vingeroefeningen, zeg maar. In haar geval is dat tekenen of schilderen. Kan ze ook heel goed. T is bedoeld om je talent te onderhouden, niet per se om iets moois te maken, juist niet! Dat is spelregel nummer 1: zonder doel gewoon droedelen, zingen, schrijven, enzovoort. Het trainen van je creativiteit zodat je je hersens eraan herinnert, te midden van al het dagelijks gedoe, uitstelgedrag, Facebook, enz. Om nou eindelijk eens dat volgende hoofdstuk te schrijven. 

Vingeroefeningen… het woord dekt eigenlijk enorm de lading. T' is klein, laagdrempelig, alsof je oefent voor het grotere werk. Is ook zo. Ten minste, volgens de buurvrouw. Ik geloof haar. Ik ben aan het oefenen met die tien minuten. En met het niet groter maken dan het is. En met het niet te mooi willen doen. Wil ik stiekem toch. En liefst in één keer goed. Wat zeg ik, briljant! En dat in tien minuten. Hatseflats! Zie daar het onmiskenbare talent...

‘Iets onder handen nemen’ klinkt al veel groter. Minder laagdrempelig en vrijblijvend. Mouwen opstropen, niet zeuren, aan de slag. Of.. misschien meer iets voor beeldhouwers. Die doen dat tenslotte letterlijk. Ik blijf maar puzzelen met die vingeroefeningen. Zelfs die tien minuten hebben nogal eens de neiging erbij in te schieten. O ja, de oefening ging ook om discipline... 

Maar toch... dat woord….vingeroefeningen. Ik zie altijd iets heel anders voor me. Voorbereiden op het grotere werk ja. Als een soort voorspel. Duurt soms langer dan tien minuten, soms veel korter. Ik had dezelfde hardnekkige associatie met mijn eerste typecursus. Toen ik als arme student, vlak voor het computertijdperk, een elektrische typemachine had aangeschaft. Zo'n investering verdiende wel dat ik er blind op kon typen. Ik heb het mezelf aangeleerd met behulp van een boek uit de bieb, getiteld…. Vingervlug.

Moet de diepe zucht er nog onder tot besluit?

zondag 11 november 2012

moeten mannen met baarden zijn


Het is een absolute hit en ik snap het niet. Ik vind het hopeloos ouderwets, achterhaald en alles behalve sexy, maar struikel er dagelijks over: mannen met baarden. Niet zo'n half ongeschoren exemplaar, maar echte baarden (in aanbouw) waar een half pak beschuitkruimels in zoek kan raken. Mannenbladen claimen dat het mannelijk is (dûh) en een garantie voor vrouwelijke aandacht. Echt niet! Ik vind het een regelrechte turn-off. En ik ben niet de enige, blijkt uit een rondgang onder vriendinnen en vrouwelijke collega's. Waarom zijn die maffe baarden dan toch al zeker een jaar hip, hot & happening? Wonderlijk. Wat drijft de baardman, behalve gemakzucht? Geeft t hem gezag? Liet Reinout Oerlemans daarom z’n baard staan bij z’n regiedebuut? Volgens mij was ie zonder dat al bossy genoeg. Geeft het de jonge politiek verslaggever meer gezag? Of is het een signaal van de 'bezette man': ik ben niet meer in de markt? Dat zou ik nog wel snappen, want ik vind het een zeer doeltreffende kuisheidsgordel. Het prikt en kriebelt bij t zoenen, het ziet er onverzorgd en Jezus-achtig uit. Mijn moeder zei altijd dat mannen met baarden iets te verbergen hebben... een ielig kinnebakje ofzo, bij gebrek aan krachtige kaaklijn.

George Clooney is goddelijk zonder baard of licht ongeschoren. Maar met grote baard hoop ik alleen maar dat het voor een rol in een jaren zeventig-epos is. Licht ongeschoren kan woest aantrekkelijk zijn. Driedaagse stoppels, maar niet al te getrimd want dat ziet er weer zo bestudeerd nonchalant uit. Youp van t Hek probeerde die licht ongeschoren look ooit af te serveren met de term 'pratende kut'. Werkte niet. T is gezien de huidige onderbuikmode ook een hopeloos gedateerde opmerking. Dan geef ik toch de voorkeur aan de corporale uitdrukking 'befborstel' voor hetzelfde fenomeen. 

Het blijft puzzelen over de motieven van mannen om sexy stoppels te laten uitgroeien tot heuse baard. T appelleert waarschijnlijk aan het oermannengevoel, waar jongetjes al naar uitkijken als ze 'al die willen te kaap'ren varen' zingen. In dat geval krijgt zo'n baard iets aandoenlijks, maar dat is vast niet hun bedoeling. In het ergste geval combineren ze het ook nog met die dikke zwarte bril. Ook zo’n modemisverstand. Serieus: vroeger werd je genadeloos het schoolplein af gepest met zo'n monsterlijk montuur en nu is het ding zelf maar niet weg te slaan. Beide duurzame modetrends samengevat, leiden maar tot één onvermijdelijke conclusie: we leven in het tijdperk van de 'revenge of the nerds'. 

maandag 8 oktober 2012

Papa on the dancefloor

Een reclameman had t over het ‘papa on the dancefloor’- syndroom. Klinkt hip, is het niet. Wel your worst nightmare als tiener. Ik had er direct een beeld bij. Reclameman gebruikte het om de dalende populariteit van Hyves uit te leggen. Steeds meer ouders begaven zich op dat netwerk, waarop hun kinderen schielijk het digitale pand verlieten. Begrijpelijk. Vooral als het een hopeloze poging is om je ‘kids’ te volgen via social media, maar dat terzijde.
  
Dat beeld, van die vader, op de dansvloer. Dat is echt gebeurd.

Vader, mijn vader: heel lang in de jaren vijftig blijven steken. Hoed, lange regenjas van een soort ondefinieerbaar beige, tamelijk strenge blik, altijd in pak en tot overmaat van ramp: een zelfgestrikt strikje. Kortom, ik werd op de lagere school al een beetje gepest om mezelf, maar nog eens extra om m’n vader. Ik smeekte hem om op ouderavonden dat stomme strikje af te laten. No way.

En dat exemplaar, dat op straat al de aandacht trok, stond dus echt, ongelogen, op de dansvloer… en dat was niet de bedoeling. Ten minste, niet de mijne.

Het was ergens jaren 80. Ik was 15 en had mijn eerste vakantiebaantje gehad (dankzij hem, dat wel), bij de manifestatie ‘Japan in Rotterdam’. Een vakantiecollega van 16 nodigde me uit voor een feest van haar school, waarvoor studentenclub Bikini was afgehuurd. Retestoer en spannend. Mijn ouders brachten mij gezamenlijk met de auto. Niet echt stoer, zo’n zware delegatie. Met veel pijn en moeite had ik het tijdstip van ophalen op half één weten te krijgen. En dat ik dan heus, echt waar, ik zweer het, buiten zou staan. Dus alsjeblieft: NIET BINNENKOMEN!

Misschien was het een zegen dat het een feest was van een andere school dan de mijne… Het zal vast vijf voor twaalf geweest zijn, beslist niet later en daar stond hij: midden op de dampende dansvloer… met onbestemd beige regenjas, hoed op, strikje, woeste blik en driftig gebarend dat ik NU! HIER! MOEST! KOMEN! Ik weet niet precies hoeveel gaten in de grond ik wenste, minimaal twee… en dat liedje, dat er toen nog niet was: evacuate the dancefloor. Nog voor de uitgang begon de gereformeerde tirade: dat ik nooit, maar dan ook nooit meer een voet in zo’n tent mocht zetten. Dat het Sodom en Gomorra was daarbinnen… Ze draaiden net een slijpliedje.  

donderdag 6 september 2012

Mam! Had zij kanker?

Ik had m goed geïnstrueerd en hij deed enorm z'n best. Eén meter dertig hoog ongeveer, hij kon goed bij de bel. Telkens als de deur openging, zei hij conform het script: goedenavond, heeft u iets over voor de kankerbestrijding? Prima voor de omzet van een collectebus, zo'n zevenjarige. Het was een lange straat en na een tijdje werd ie het zat. Begrijpelijk, maar onhandig. Hij werd balorig, verstopte zich achter mijn rug, vroeg om een snoepje in plaats van 'iets over voor de kankerbestrijding'. 

Maar de rolverdeling had ook wel weer iets. Ik ben aan het begin van het collecteren altijd wat verlegen. Hij niet. En als hij het zat wordt, kom ik net op stoom. Word ik nieuwsgierig wie er woont en of ie open doet. Of juist niet, terwijl er overduidelijk iemand thuis is. De vitrage beweegt op de eerste verdieping en net als je omhoog kijkt, zie je een betrapt hoofd zich terugtrekken. Maar ze doen lekker niet open. Huu, vreemd volk.

Een paar deuren verder, na een pakje sap en een krentenbol, volgde een regelrechte Koot & Bie scène: ik bel aan, wacht. Hoor gepruts met toch zeker drie nachtsloten. De deur gaat op een kier en net boven het kettinkje van het slot een mannenhoofd van middelbare leeftijd, haar strak over het hoofd gekamd, messcherpe scheiding. Ik was aan de beurt dus zeg braaf: 'goedenavond, heeft u iets over voor de kankerbestrijding?' Verschrikte ogen kijken me aan. Stilte. En dan een gehaast: even aan mijn moeder vragen. Blam! Deur dicht.

We gingen verder en net toen ik dacht 'goh, hier moet statistisch gezien ook iemand met kanker wonen, deed ze open. Een lief grijs gebogen vrouwtje. Ze gaat langdurig op zoek naar haar portemonnee. Aan die scène was ik inmiddels gewend, (best veel mensen hebben trouwens een jampot met kleingeld op de kapstok staan, best handig). Ze stommelde terug naar de deur en zei krakerig: 'kind... natuurlijk geef ik, ik heb het zelf ook.' Ik schrok. Toch nog onverwacht. 'Darmkanker, maar het gaat nu wel hoor'. Ik zei iets belachelijks als 'goh wat erg en wat ziet u er nog goed uit'. Ze gaf gul. De zevenjarige verschanste zich doodstil achter mijn rug. 

We liepen de voortuin uit en hij zei verschrikt: 'Mam! Had zij kanker?'
'Ja.'
'Is dat besmettelijk?'
'Nee, schat.'
'Oh, maar hoe krijg je het dan?'
'Ehmm, dat moet mama ff googelen.'

Volgende huis. Aanbellen. Standaard script. Bedankt voor uw bijdrage, fijne avond. We lopen de voortuin uit. 'Mam, je bent vergeten te vragen of zij ook kanker had!'

Tot en met zaterdag 8 september komen ze nog langs, met bus, warme begroeting en veel dank. 

donderdag 7 juni 2012

29 and counting

De titel is een workshop waarover ik las toen ik voor het eerst in New York was. Toevallig was ik toen 29 en was ie juist niet voor mij bedoeld. Dealen met dertig-plus zijn, daar ging het over. Een vriend van mij is al een hele tijd 33. Dat vindt hij een mooie leeftijd. Zit wat in... Je bent nog net 'jong en veelbelovend', maar je weet wel wat er in de wereld te koop is. Alleen staat dat nog niet op je voorhoofd en rond je ogen gegroefd. Paul van Vliet had z'n 'meisjes van dertien' passend ge-update naar 'meisjes van dertig' : maak er wat van, want 't leuke van dertig is, dat alles nog kan.

En nu?

Kan alles nog? Ik ben nu echt serieus veertig-plus. 43 sinds gisteren. '29 and counting' dat gelooft inmiddels niemand meer. En ookal ben ik slecht met cijfers... het voelt raar. Anderen van mijn leeftijd zijn nu minister, directeur, voetballer-met-pensioen, professor, bejaard fotomodel, drie keer gescheiden, miljonair. Soms al jarenlang. Ze zijn de mensen geworden tegen wie ik opkeek toen ik nog studeerde: zij hebben het gemaakt, trekken aan de touwtjes en snappen het spel. Behalve dat, zag ik toen ook de tekenen van verval: dat licht vermoeide of uitgebluste soms, het paddige en zelfgenoegzame van mannen met grijzende slapen en vierkante kinnen (nee, niet door die wilskrachtige kaaklijn, gewoon vet dat zakt door de zwaartekracht), de bittere mondhoeken bij vrouwen en het hardnekkig volhouden 'meisje' te zijn, terwijl de frisheid er zichtbaar af is. 

En ik?

Ik heb inmiddels al een paar mensen overleefd. Ik ben 'senior' in mijn oude vakgebied en voor mijn gevoel een jonkie in het nieuwe. Ik zie soms ook dat vermoeide en teleurgestelde in mijn ogen. Zou nog best graag 'jong en veelbelovend' zijn. Ik voel me soms honderd en soms achttien. Ik kijk gretig naar 'hotter than my daughter', waarin vrouwen-van-mijn-leeftijd wanhopig lekker wijf willen blijven, maar dan op een treurige manier (al snap ik het soms best wel). Ik ben geen politicus geworden (ja, dat wou ik ooit), ik woon niet in een groot huis, heb geen rijke vent. Goddank! En ik snap soms geen bal van het leven. Alsof ik niks heb geleerd al die jaren, waarin anderen zich gericht opwerkten tot CEO of andere drieletterige afkorting-met-auto-van-de-zaak.

Maar waar blijft de clou dan? 

Eerlijk gezegd.... geen idee. Ik ben er. Met meer vrijheid dan ik vaak bevatten kan. Er is geen liedje voor 'meisjes van veertig', terecht waarschijnlijk. Wel heel veel zelfhulpboeken. En cursussen Afrikaans dansen, maar da's waarschijnlijk bijna hetzelfde.

woensdag 28 maart 2012

Bestemming Sloffie

Iedereen heeft een bestemming in het leven. Een zin om jeuk van te krijgen of om vrolijk van te worden. Hoe dan ook, iedereen heeft iets te doen op deze planeet. Nu we er toch zijn, zeg maar. Bij voorkeur is dat ook iets waar je talent voor hebt en blij van wordt. Het kan alleen effe duren voordat je erachter bent wat dat is. Soms langer dan een half mensenleven. Ik schrijf aan het levensverhaal van een beeldhouwer die pas op z’n 46e besloot dat hij beeldhouwer was. Geen meubelmaker, geen leraar handvaardigheid. Beeldhouwer!

Hij was natuurlijk allang bezig met beelden maken, maar meestal ‘on the side’. Er echt voor kiezen, was een drastische beslissing die niet zorgde voor een glanzend en zorgeloos leven. Het zorgde eigenlijk voor een hoop gedoe in de ‘normale wereld’: gerommel met relaties, weinig vader voor zijn kinderen en doorgaans geen cent te makken. Als ik zijn levensverhaal nou mooi opschrijf, klinkt het heel romantisch, maar dat was het niet. Het was wel een heilig moeten. Hij kon niet anders. Hij zegt ook dat hij gestuurd werd door wat hij noemt ‘zijn grote baas’. Hij had een lijntje met ‘boven’, waar hij in geloofde en op vertrouwde. Hij had er overigens alle begrip voor als mensen dat totale kolder vonden, het hielp hem en daar ging het om. 

Klinkt allemaal prachtig en ik ben er ook enorm door gegrepen, maar als ik zijn weg er naartoe beschrijf, moet ik altijd denken aan het verhaal van Sloffie Sleepboot (Uit de gouden boekjesserie met klassieke kinderverhalen). De diepere gedachte achter die associatie moet ik nog vinden. Sloffie is een rood geverfd houten sleepbootje, dat zich stierlijk verveelt in de etalage van de speelgoedwinkel. Zo nu en dan snuift ie verontwaardigd: 'ik was voor iets beters bestemd!'. En vervolgens ging ie op zoek, via de badkuip (ook niet goed genoeg), naar buiten de wijde wereld in. Om uiteindelijk innig tevreden terug te keren naar de badkuip. 
 
Dat beeld dringt zich telkens hinderlijk op als ik beschrijf hoe mijn beeldhouwer decennialang ronddoolt door verschillende landen, via baantjes, klussen en liefdes. Totdat hij kiest voor 'zijn bestemming'. Sindsdien heeft hij in veertig jaar tijd en in een moordend tempo, een paar honderd prachtige beelden gemaakt, die geroemd worden om de zuiverheid en harmonie die ze uitstralen. Gemaakt via een spiritueel mens met een rommelig leven. Een leven dat ik wil beschrijven en recht wil doen. En ondertussen denk ik aan... een kinderverhaaltje over een roodgeverfde sleepboot.

maandag 13 februari 2012

kleine meisjesdromen

Worden kleine meisjesdromen stiekem groter als je ouder wordt? Wanneer je een paar keer genadeloos hard op je plaat bent gepleurd en dus echt wel beter weet… Ik denk soms van wel. Mijn dromen zijn er nog steeds… en soms is dat leuk, want het is daar meestal vriendelijker dan in de ochtendspits, op kantoor of alleen in dat grote bed. Maar hee, ik ben inmiddels qua leven ongeveer halverwege, als ik tenminste niet alsnog in een wak rijd.

Ben zeker weten sadder & wiser dan tien jaar terug, maar heb nog steeds de hoop op iemand die trots is (en blijft!) als ik naast hem loop. Ook als het niet alle dagen feest is. Het voelt soms hopeloos sneu en naïef. Zeker als er weer zo’n commerciële romantische dag voor de deur staat. Valentijnsdag. Echt alleen maar leuk als er iemand met liefde van je wakker ligt.

Ik ben zeer tegen mijn zin enorm gevoelig voor het opgeklopte sentiment van dat soort dagen. Van kinds af aan al. Te jong begonnen aan Viva’s en Cosmo’s denk ik, vol shiny, happy people, die ook nog eens doen alsof ze het leven helemaal hebben begrepen. Ik vergaapte me eraan, in het stille, sombere, gereformeerde nest. Heb eindeloos gedagdroomd van vrolijke feesten in mooie jurken, als ik later groot was en zelf kerst, Valentijn en het leven ging vieren.

Inmiddels weet ik het heus wel: liefde is meestal niet voor altijd, er zijn ook stomme feestjes, mijn vrienden vieren alles het liefst casual en het leven loopt niet volgens het plaatjesboek in je hoofd. Maar toch… voor het geval dromen ooit – liefst some day soon – zomaar mee de dag in kunnen… de jurken heb ik! Maar op Valentijnsdag ga ik ff op zwart.

vrijdag 10 februari 2012

Allenig

Ik wil een boek schrijven. Sterker nog, ik ben er mee bezig, maar al best een tijd. Ik voldoe alsmaar niet aan één absolute randvoorwaarde: echt goed alleen kunnen zijn. Schrijven verdraagt weinig tot geen gezelschap of afleiding, terwijl ik nogal gedij op contact met de buitenwereld. Tuurlijk, het is een andere vorm van alleen-zijn dan die waar veel mensen stiekem last van hebben, maar niet durven zeggen. Eenzaamheid is taboe, iets voor sukkels die de sociale boot hebben gemist of voor bejaarden. En iets wat je soms kan overvallen in gezelschap. Maar dat is al zo goed gezegd door De Dijk in 'niets is zo eenzaam als een stampvol café'. Daar valt niks aan toe te voegen.

De eenzaamheid van schrijvers en kunstenaars is anders, vaak zelf gekozen. Om echt iets te maken, iets te scheppen, moet je niet continu afgeleid worden door geouwehoer en gezelligheid. Je moet, zoals dat heet, 'naar binnen'. Naar jezelf. Een plek waar veel mensen niet graag heengaan. Zonde natuurlijk want iedereen roept altijd dat geluk in jezelf zit... de beste verstopplaats ooit, als je t mij vraagt, maar dat terzijde. Binnen moet je wezen dus, zonder vluchtwegen als afwas, telefoon, internet of opeens nu echt je badkamer gaan verbouwen. 

Ik zoek naar manieren om dat alleen-zijn draaglijk te maken. Beeldspraak helpt, gek genoeg. Een kunstenaar die ik sprak zei: ik ben nu eenmaal het liefst op mijn eigen eilandje in de rivier, als een reiger met één been opgetrokken. Bijna poëzie. Vrolijker dan dat stampvolle café. Maar welke echt helpt is de uitspraak: zo eenzaam als een pinguin op een ijsschots. Wow! Happy feet! Ik ga schrijven!

maandag 19 december 2011

Wat je uitstraalt...

Wat je uitstraalt, komt naar je toe, zeggen ze. Dat heet de wet van aantrekking. De uitleg daarbij luidt dat je jezelf kunt vergelijken met een radiozender. Je zit op een bepaalde frequentie en alles en iedereen die op dezelfde golflengte zit, zal je ontvangen en op je reageren. Dit is dan wat je aantrekt. Geldt zowel voor mensen als voor omstandigheden. Twijfelachtig verhaal als het om de liefde gaat...

De kunst is te weten op welke frequentie je zelf zit.... Tja. Als ik kijk welke heren de afgelopen tijd zijn gepasseerd, dan zit ik al een tijdje 'trainer, coach en zenboeddhist' uit te zenden. Best leuk maar is dit de goeie frequentie? En wat zijn het er véél! Ook nu het moeilijk is om er géén tegen te komen, want de ene helft van Nederland coacht inmiddels de andere.

Een paar jaar geleden, toen ik na een lange relatie begon te daten, ontmoette ik zonder uitzondering vers gescheiden vaders die hun stinkende best deden om een goede relatie op te bouwen met hun ex, omwille van de kinderen. Uiterst bewonderenswaardig, maar van elkaar speels verkennen onder het genot van een wijntje was weinig sprake. Het waren eerder complete debriefingsessies. Tot ik mij na vader vier of vijf plots bedacht: verrek, ik zit in precies dezelfde situatie als verse single mama. Een echte eye opener was dat toen, samen met die inzichten van de wet van aantrekking natuurlijk.

Hamvraag is vervolgens: hoe krijg je jezelf dan op de goeie frequentie voor een nieuwe Mr. Right? Akelige vraag ook, want het is een wat zweveriger versie van onze westerse maakbaarheidsgedachte, waarin geluk een keuze is en het aan jezelf ligt, als het leven niet loopt zoals je wenst. Ik was trouwens niet bewust coaches en aanverwanten aan het aantrekken. Ze zijn best leuk hoor, leuker dan verleden-verwerkende-vaders. En heel bewust en mindfull allemaal, maar ze gaan soms iets teveel op in hun rol. Met de laatste zat ik op een zondagavond in het café. Tijdens onze eerste date keek ie me plots diep in de ogen en zei: zeg, hoe vind jij dit gesprek tot nu toe gaan?

Ik sleutel sindsdien driftig aan de zenderindeling van mijn innerlijke radio.

maandag 14 november 2011

liever een compliment

Complimenten geven doen we niet vaak. Zo weinig eigenlijk dat er een markt voor is. Sinds deze zomer is er een bedrijfje in complimenten: lievereencompliment. De oprichters willen daarmee een positieve bijdrage leveren aan de samenleving. Ze gingen afgelopen weekend de straat op in Alkmaar, op de internationale dag van verbondenheid. Complimenten ontvangen is ook een kunst. Meestal wimpelt de ontvanger het weg met nonsens als 'oh, is niks bijzonders hoor', of 'nee, maar jij bent daar juist veel beter in'.

Complimenten snappen (ook een vorm van ontvangen) is soms even doorbijten of vraagt wijsheid. Zo vond Mark van Bommel het fluitconcert bij de teleurstellende oefeninterland tegen Zwitserland eigenlijk een compliment. Een tijdje terug had ik een groot zwak voor een collega. Nou ja, ik was gewoon verliefd. Tot over m'n oren. Maar dat zei ik natuurlijk niet. Uit eten met mij wou ie niet. 'Dat voelde niet goed, maar hij zag me graag'. Ten overvloede: hij had net een vriendin.

Toen we weer eens aan de praat raakten, zei hij plots:
"Weet je, dat ik niet met je uit eten wilde, dat was eigenlijk een compliment."
"huh???" (en wat onduidelijk gemompel van mij)
"Ja ehmm, de timing is een beetje slecht. "

Roger that. Aan de timing viel weinig te knoeien. Aan de rest wel. We belandden 'in een donker hoekje'. Wat zo stiekem en eenmalig was dat t vast een nog beter compliment was. Al voelde het een beetje ranzig en goedkoop. En t was niet eenmalig. Er volgde een uitgebreidere illegale zoenactie. Net nadat hij had verteld dat hij ging samenwonen. Complimenteuzer krijg je het zelden. Maar er bleek nog een overtreffende trap op de complimentenladder.

Een paar dagen later was ie ervan overtuigd dat hij wat van me had opgelopen. Hoe dat kon, was mij een raadsel, maar hij had jeuk en ik was brandhaard van grote risico's. En hij was panisch om te verliezen wat hij had. Daar bedoelde hij mij dan weer niet mee. In verliefde inschikkelijkheid zorgde ik voor bewijs dat de soa-paniek loos alarm was. De dank was groot: nu had ie gezien dat ik toch ook mindere kanten had. Hierdoor wist hij weer hoeveel hij van z'n vriendin houdt. En daar past geen gerommel met ene soulsissy bij, die hij eigenlijk amper kent. Zou dat nou ook een compliment zijn? Of a blessing in disguise die ik gewoon niet zo goed kan ontvangen? T is in elk geval niet volgens de definitie van dat complimentenbedrijfje: een positieve vorm van erkenning.

maandag 31 oktober 2011

ff wachten..

Ik wil leren... wachten. En dat valt niet mee. Maar het is mijn leervraag. Dat is een vraag die een tijdje 'met je meereist' en hij gaat over iets wat nu speelt in je leven. Niet 'hoe word ik rijk of gelukkig', waar je kasten vol bestsellers over kunt aanschaffen. En ook geen vraag waarop je het antwoord ff googelt. T is geen bedachte vraag, maar eentje die - als je er even echt bij stilstaat - in je opkomt.

Vaag? Valt best mee. Wel heel persoonlijk. Eigenlijk een soort onderzoeksvraag, waarbij het leven van alledag studiemateriaal is: Waar wacht ik op? Op de bus, op het gouden idee, op iemand, op pizza? Wanneer irriteert de rij voor de kassa me mateloos, wanneer sta ik fluitend op het station? Wacht ik op anderen of laat ik mensen wachten?

Maar ik was niet blij toen het woord 'wachten' in me opkwam. Zocht naarstig naar een 'makkelijker' alternatief, minder pijnlijk maar toch ook leerzaam, zoals 'oordeelloos kijken' ofzo. Maar nee, wachten het is. Bah! Ik ben er niet goed in. Het voelt 'sloom' en het raakt aan iets waar ik maar geen weg mee weet: wachten op de ware. Wachten? Zoeken moet je toch? Zonder te hard te willen natuurlijk, want dat werkt doorgaans averechts. En wat nou wachten? Geluk kun je afdwingen, het leven is toch maakbaar? Wachten confronteert met onvervulde verlangens. (Hoe lang gaan die eigenlijk mee?) Is wachten wanhopig of wijs en geduldig?

Wachten klinkt passief. Terwijl het dat niet is. Het voelt eigenlijk als goed kijken en luisteren naar wat er gebeurt in je leven. Weten wat je wilt en het herkennen als het zich aandient. Simpel toch? Voor anderen misschien maar ik snap er nog niet veel van. Weet alleen dat ik er weinig talent voor heb. T komt eigenlijk gewoon slecht uit, dat wachten. Groots en meeslepend leven graag, met veel TLC en wel nu!